Biomineralenfabriek wordt verplaatst naar terrein afvalenergiecentrale ReEnergy van SUEZ

In overleg met Biomineralen en de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie (ZLTO) heeft SUEZ besloten de bouw van de geplande fabriek voor biomineralen te verplaatsen naar het terrein van haar afvalenergiecentrale ReEnergy. Hier kan naar verwachting eind 2019 een kleinere, maar meer efficiënte en technisch meer geavanceerde biomineralenfabriek worden gebouwd. De initiatiefnemers komen hiermee tegemoet aan de bezwaren van omwonenden.

De fabriek was eerder gepland aan de Potendreef in Roosendaal. De gemeente Roosendaal verleende eind 2017 een vergunning voor de realisatie hiervan. Hoewel de locatie voldeed aan alle wettelijke normen ten aanzien van geuroverlast en gezondheidsrisico’s, waren omwonenden en andere betrokkenen hiervan niet overtuigd. Door de discussies die dit opriep, liep het initiatief veel vertraging op.

Efficiënter
In de tijd die sindsdien is verstreken, hebben zich nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. Met als resultaat dat de initiatiefnemers - ingegeven door veranderende marktontwikkelingen en nieuwe technologische inzichten - een alternatief plan hebben ontwikkeld. Dit houdt in dat is besloten een kleinere en meer efficiënte biomineralenfabriek te koppelen aan de hoogwaardige technologische voorzieningen van ReEnergy.

Voordelen voor omwonenden

  •  De nieuwe biomineralenfabriek ligt 150 meter verder van woonwijk Westrand, waardoor mogelijke overlast nog meer wordt beperkt.
  • De geuroverlast wordt tot nul gereduceerd. Dit komt doordat de organische geurcomponenten die vrijkomen bij het drogen van de mest worden verhit tot een temperatuur van 850 graden Celsius. Hierdoor verbranden en verdwijnen deze componenten volledig. Ook mogelijke ziekteverwekkers worden volledig onschadelijk gemaakt.
  • De fabriek maakt straks gebruik van de al bestaande rookgasreinigingsinstallatie en schoorsteen van ReEnergy. Hierdoor hoeft geen nieuwe schoorsteen te worden gebouwd.
  • De capaciteit van de biomineralenfabriek wordt met 20 procent verlaagd. Dat betekent minder aan- en afvoerbewegingen van gedroogde mest en mestkorrels en dus minder transportkilometers.

Kort samengevat, maakt deze alternatieve locatie het mogelijk een kleinere, maar efficiëntere fabriek te bouwen en mogelijke overlast tot een minimum te beperken. De initiatiefnemers gaan zo spoedig mogelijk een vergunning bij de provincie Noord-Brabant aanvragen voor de realisatie van dit alternatief.