Duurzaam

SUEZ, HAVI en McDonald’s: hoe jarenlange samenwerking tot duurzame impact leidt

Grondstoffenbedrijf SUEZ en logistiek dienstverlener HAVI nemen in Nederland al 28 jaar het afvalmanagement van McDonald’s voor hun rekening. Door deze jarenlange vertrouwensband zijn de partijen steeds beter in staat om duurzame impact te maken. “Hoe kunnen we het nóg duurzamer en efficiënter doen? Daar zijn we constant naar op zoek.”

McDonald’s besloot in 1991 al om actie te ondernemen op het gebied van afvalscheiding en recycling. “HAVI verzorgde de (internationale) bevoorrading voor McDonald’s al, maar kreeg het verzoek om daar het afvalmanagement in Nederland aan toe te voegen”, vertelt Theo Althuisius, business development manager bij HAVI. “Dat doen we nu al 28 jaar, in nauwe samenwerking met SUEZ.”

SUEZ en HAVI halen sindsdien 8 verschillende reststromen gescheiden op bij alle Nederlandse McDonald’s restaurants: karton, plastic, PET, organisch afval, koffiedik, aluminium, frituurolie en restafval. Dat doen ze met zeven trucks die speciaal voor dit doeleinde werden ontworpen. Edwin Kramer, onderhoudsmanager bij SUEZ en hoofdverantwoordelijke voor de samenwerking met HAVI, vertelt: “Dat zijn high-tech voertuigen, waarmee we de reststromen apart inzamelen, wegen en afleveren bij een depot. Van daaruit worden de afvalstromen naar eindverwerkers vervoerd, voor recycling, vergisting of verbranding met energieterugwinning.”

Steeds duurzamer
Dit proces proberen SUEZ en HAVI steeds duurzamer uit te voeren. “Dat heeft twee belangrijke kanten”, zegt Kramer. “Enerzijds benaderen we het afval dat we ophalen steeds meer als grondstof. Kunnen we er hoogwaardige bestemmingen voor vinden? En zo ja, wat zijn dan de beste opties? De andere kant van het duurzaamheidsverhaal zit hem in de trucks, want laten we eerlijk zijn: dat zijn vooralsnog gewoon vervuilers. Die proberen we dan ook stapsgewijs schoner te maken.”

McDonald’s speelt een belangrijke rol in dat verhaal, stelt Althuisius: “McDonald’s vraagt ons al het afval zo duurzaam mogelijk in te zamelen en te verwerken. Gezamenlijk bepalen we de maatregelen en investeringen die daarvoor nodig zijn. Als een voorgestelde maatregel eenmaal groen licht krijgt, wordt hij meteen bij alle restaurants doorgevoerd. Op die manier heeft elke maatregel meteen forse impact.”

Zo werd onlangs besloten om koffiedik apart in te zamelen, dat vervolgens naar partijen gaat die het gebruiken voor de productie van zeep en pallets. “Juist omdat we het bij alle McDonald’s restaurants ophalen, praat je gelijk over ruim 250.000 kilo”, aldus Althuisius.

Meten = weten
Een belangrijke slag die SUEZ en HAVI al vroeg in de samenwerking maakten, was het wegen van alle reststromen die opgehaald worden. De trucks werden daarom uitgerust met een weegmechanisme in de laadklep. “Met behulp van die data, kun je je proces zo optimaal mogelijk inrichten”, legt Kramer uit. “Als je exact weet hoeveel reststromen er per restaurant vrijkomen, weet je namelijk ook hoe vaak je bij het restaurant in kwestie langs moet komen. Daarnaast kun je je routes zo efficiënt mogelijk uitstippelen, zodat je geen overbodige kilometers maakt en altijd met een volle truck terugkeert.”

De vervolgvraag is natuurlijk: wat doe je met de opgehaalde reststroom? “Dat is een continue zoektocht”, stelt Althuisius. “Eens per twee jaar laten we het restafval uitvoerig analyseren: waar hebben we mee te maken en (belangrijker nog) wat kunnen we anders doen om nog efficiënter te werk te gaan? Dat hangt van allerlei factoren af. McDonald’s kiest deels voor bronscheiding door medewerkers”, zegt hij. “Voor restafval dat in het restaurant vrijkomt, hebben we samen met Attero juist nascheiding opgestart, omdat bronscheiding daar niet tot de gewenste resultaten leidt. We zijn constant op zoek naar wat wél kan en dat is een kwestie van experimenteren.” Zo wordt momenteel onderzocht of de friet apart van de rest van het gft ingezameld kan worden, zodat het een rol van waarde kan spelen in de veevoerindustrie.

Hybride truck
De andere manier waarop SUEZ en HAVI duurzame impact maken, is de stapsgewijze verduurzaming van de trucks waarmee ze voor McDonald’s rondrijden. Ook dat is een kwestie van experimenteren. Zo werd jaren geleden al 800.000 kilometer afgelegd op puur plantaardige olie (ppo), op basis van lijnzaad. “Dat ging erg goed en kon economisch ook uit”, herinnert Kramer zich. “Toen besloot de overheid er echter forse accijns op te heffen, waardoor het niet langer in onze business case paste. Nu richten we onze blik daarom op de biobrandstof HVO (Hydrotreated Vegetable Oil, red.), op basis van reststromen zoals gebruikte frituurolie.”

Het meest recente wapenfeit in deze missie is de ingebruikname van de Scania P320 Hybrid, een hybride truck die straks probleemloos op HVO kan rijden. “Op de snelwegen rijdt de truck vooralsnog op diesel. Maar zodra hij de snelweg verlaat, maakt de hybride aandrijving het mogelijk om volledig elektrisch van en naar de McDonalds restaurants te rijden”, aldus Kramer. “Zo hopen we de CO2-uitstoot van het wagenpark stapsgewijs te verlagen.”

Een mooie vervolgstap in het verduurzamingsproces maar verre van het eindstation, stellen zowel Kramer als Althuisius. De volgende stap staat namelijk alweer voor de deur: een plug-in hybride variant, waarmee het mogelijk is om 40 kilometer volledig elektrisch te rijden. “Die is nog niet verkrijgbaar, maar zodra dat het geval is, gaan we ervoor”, vertelt Althuisius. “Het mooie daaraan is dat McDonald’s zijn restaurants steeds vaker voorziet van laadfaciliteiten voor elektrische voertuigen. Aangezien afvalinzameling bij een gemiddeld restaurant toch wel een half uur in beslag neemt, is het mogelijk om de batterij bij elke stop bij te laden. Zo verleng je het aantal elektrische kilometers natuurlijk aanzienlijk.”

Samenwerking: de nieuwe norm
Juist omdat SUEZ,  HAVI en McDonald’s al tientallen jaren samenwerken, was het mogelijk om bovenstaande stappen in rap tempo te zetten. “Als je zo lang met elkaar optrekt, ontstaat er vanzelf een vertrouwensband”, zegt Kramer. “Dan zijn twee woorden soms genoeg om een knoop door te hakken.”

Althuisius verwacht dat samenwerkingen als deze steeds vaker zullen voorkomen in de logistiek. “De regelgeving voor de bevoorrading van binnensteden wordt bijvoorbeeld steeds strenger en verschilt ook nog eens per stad of regio” , verklaart hij. “Het wordt steeds lastiger om je wagenpark daarop af te stemmen en het alleen te blijven doen. Door de handen ineen te slaan, kun je efficiënter, duurzamer en slimmer te werk gaan én aan alle regelgevingen voldoen.”

Er verrijzen bijvoorbeeld steeds vaker zogeheten city hubs buiten stadskernen: overslagplaatsen die door grote transporteurs bevoorraad worden en van waaruit kleinere, elektrische voertuigen vervolgens de stadskern binnenrijden. “Dat kun je niet simpelweg optuigen zonder samen te werken”, vult Kramer aan. “Dit wordt de nieuwe norm in de logistiek en wie er niet in meegaat, raakt achterop.”

Waterstof?
Tot het zo ver is, blijven SUEZ en HAVI de huidige samenwerking verduurzamen. Waterstof kan daar in de toekomst wellicht een belangrijke rol in spelen, verwachten beide heren. Kramer: “Het liefst willen we natuurlijk uitstootvrij rondrijden; bij trucks van deze omvang kom je dan al snel bij waterstof uit. Voordat we daarop inzetten, moet de technologie er echter wel helemaal klaar voor zijn. Dat duurt nog even. Maar ik zou niet verbaasd zijn als we over drie jaar een waterstoftruck aan onze vloot hebben toegevoegd.”

Artikel in samenwerking met Duurzaam Bedrijfsleven